Op zaterdag 13 december 2014 werd de afsluitende centrale speeldag in de hoofdklasse van de districtsviertallencompetitie gespeeld en ik was gevraagd om in te vallen in het team van PBC 8. Tijdens de laatste wedstrijd (middagzitting) kwam dit fraaie spel 15 voorbij:
| Spel 15 | B 5 3 2 | |
| Z/NZ | 10 2 | |
A 10 9 8 2 | ||
V 5 | ||
A H V 7 | ![]() | 10 8 6 |
H 7 5 4 | A V 3 | |
4 3 | H V 6 5 | |
A 7 4 | H B 8 | |
9 4 | ||
B 9 8 6 | ||
B 7 | ||
10 9 6 3 2 |
Het biedverloop was kort maar krachtig:
| West | Noord | Oost | Zuid |
| Roelof | partner | ||
| pas | |||
| 1 SA | pas | 4 SA | pas |
| 6 SA | pas | pas | pas |
4 SA was kwantitatief en met 16 punten vond ik dat ik geen minimum had.
Dit contract werd in totaal zesmaal gespeeld (tweemaal in groep A en viermaal in groep B), maar werd slechts eenmaal gemaakt. Alle andere paren zaten in 3, 4 of 5 SA waarbij steeds tien of elf slagen werden gemaakt, met één uitzondering: 3 SA +3 in groep A.
In viertallen is er natuurlijk een groot verschil tussen het spelen van een manche of een slem. In een manche hoef je niet twaalf slagen te maken, maar als je in 6 SA zit moet dat het liefst wel.
De start was (een kleine) ruiten genomen met de heer in oost. Je telt drie vaste (raap)slagen in schoppen,
drie in harten en twee in klaveren. Het contract heeft alleen een kans van slagen als noord ruitenaas heeft; dan
heb je bovendien twee ruitenslagen. Dat zijn er dus tien en er moeten twee slagen ontwikkeld worden. Als zowel
de schoppen als de harten rond zitten, dan heb je de benodigde twaalf slagen. In harten kun je alleen vier slagen
maken als ze rond zitten (in schoppen zijn er meer mogelijkheden vanwege de tien); je mist immers
B 10 9 8. Ik begin daarom met de harten; op de
derde harten (genomen in west met de heer) gooit noord een ruiten af.
Nu is het duidelijk dat ook
V goed moet zitten voor het maken
van het contract, maar ik speel eerst een ruiten. Na lang nadenken besluit noord op te stappen met ruitenaas
en (een hoge) ruiten na te spelen, genomen met de vrouw in oost. Nu speel ik eerst twee rondjes schoppen (misschien
valt de boer), gevolgd door klaveraas en een kleine klaveren waarop de vrouw verschijnt in noord. Die zit dus
goed, maar nu lijkt noord dus zowel een doubleton harten als klaveren te hebben. Bovendien heeft noord een
vijfkaart ruiten (zuid heeft een doubleton) en dus een vierkaart schoppen met de boer. Noord heeft dus zowel
de laatste ruiten als schoppenboer. Na
H speel ik ook
B, waarop noord in dwang komt. Dit is er nog over:
| Spel 15 | B 5 | |
| Z/NZ | - | |
9 | ||
- | ||
V 7 | ![]() | 10 |
7 | - | |
- | 6 | |
- | B | |
- | ||
B | ||
- | ||
10 9 |
Ik kan gewoon
7 afgooien, maar als noord
9 speelt, dan is
6 van
oost hoog. Noord gooit daarom een schoppen af, waarna de laatste slagen voor west zijn met
V en
7: 6 SA
contract.
Als noord
A zou duiken, dan wordt het contract ook gemaakt.
Je weet dan ook dat noord een vierkaart schoppen heeft (met wellicht de boer). Je moet dan niet eerst twee
hoge schoppen spelen, maar meteen klaveren naar
A, gevolgd
door klaveren voor
H (bij noord valt
V)
en
B. Ook dan komt noord in dwang. Hij mag geen schoppen
afgooien en moet daarom
A sec zetten. Dan wordt noord ingegooid
met ruiten en moet vervolgens schoppen spelen, waardoor ook twaalf slagen worden gemaakt.
Copyright Roelof Koekoek – laatst gewijzigd op 18 januari 2015